Annet woont in Psalm 25

Dit jaar zijn we samen bezig met de Bijbel. In deze rubriek ‘Wonen in de Psalmen’ zal elke maand iemand op de foto gaan bij zijn of haar huisnummer, met daarbij een zin of een woord uit de psalm die bij dat nummer hoort – iets wat hen raakte nadat ze de psalm aandachtig hadden gelezen. Annet woont in Psalm 25.

Annet woont in Psalm 25

Ik woon, samen met Wieb en Amber, aan de Grote Poortstraat 25 in Harderwijk. Daarom kreeg ik het verzoek Psalm 25 op mij in te laten werken en hier iets over te delen met jullie.
Mijn gedachten keerden steeds terug naar het volgende vers (4): ‘Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan.’ Dit is steeds wel weer een terugkerend thema in mijn leven.

Dit komt denk ik omdat ik al een paar keer van woonplaats ben veranderd en steeds naar een ander deel van Nederland. Praktisch betekende dit dat ik weer opnieuw mijn plek moest zoeken en ook mij wel van tijd tot tijd afvroeg waar de weg weer verder zou gaan lopen. Maar ik wist ook altijd dat als ik mijn Heer volg, ik mij op Zijn pad bevind!

En nu woon ik alweer bijna 1 jaar in Harderwijk. Weer een nieuwe omgeving met weer nieuwe mensen. En ook nu moet ik mijn plek weer vinden. Niet altijd eenvoudig. Maar met de hulp van de Heer zal dit ook wel weer goed komen. Als ik maar Zijn pad blijf volgen.

En natuurlijk ook met de hulp van anderen om mij heen. Ondertussen heb ik al veel mensen in de gemeente leren kennen en ben ik voorzichtig aan het nadenken over hoe ik mijn gaven kan inzetten in deze gemeente. Ik hoop dat  contacten zich gaan verdiepen in de komende tijd en dat ik me steeds meer thuis zal gaan voelen.

Dat het thema van vers 4 al een groot deel van mijn leven met mij meereist blijkt uit het volgende: Bovenaan onze trouwkaart (meer dan 30 jaar geleden) staan de volgende woorden:

Heer,  leer ons uw weg te willen gaan,
De fakkel van uw Woord vooraan,
Laat stralen voor uw aangezicht,
Ons nieuwe leven door het Licht.

Lees hier de hele Psalm 25

Dit is de achtste aflevering in deze serie Wonen in de Psalmen. We woonden hiervoor al in Psalm 117, Psalm 28, Psalm 44 , Psalm 24, Psalm 27 , Psalm 20 en Psalm 16.

 

Everien woont in Psalm 16

Dit jaar zijn we samen bezig met de Bijbel. In deze rubriek ‘Wonen in de Psalmen’ zal elke maand iemand op de foto gaan bij zijn of haar huisnummer, met daarbij een zin of een woord uit de psalm die bij dat nummer hoort – iets wat hen raakte nadat ze de psalm aandachtig hadden gelezen. Everien woont in Psalm 16.

Everien woont in Psalm 16

‘Steeds houd ik de Heer voor ogen, met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.’

De verzen 7, 8 en 9 geven een groot vertrouwen weer in mijn Heer. Wat ik doe, waar ik ook ga, ik kan Hem in alles vertrouwen.

In de lijdenstijd naar Pasen werd het weer zo duidelijk dat we zeer te prijzen mensen zijn. Dat Zijn grote liefde voor ons wel heel bijzonder is. Dat Hij deze weg moest gaan voor mij? Dat is niet te vatten. Het maakt me elke dag weer dankbaar dat ik Hem als mijn Heiland ken en Hem aan mijn zijde weet.

Betekent dat dan dat mijn leven hier zonder zorgen, verdriet, eenzaamheid en pijn is? Absoluut niet. Ieder mens kent moeite en zorg, alleen weet ik dat ik hierin nooit echt alleen sta.

Boven deze psalm staat: “Een stil gebed van David”.  Ik zie het als een gebed in gedachten, soms zonder woorden. Alleen de wetenschap dat Hij bij me is geeft me rust. Dat kan al voldoende zijn.

In vers 11 staat: ‘U wijst mij de weg naar het leven’. Dan vraag ik me niet af ‘Hoe dan?’, maar weet ik dat het gewoon zo is!

In dit leven ontmoet je mensen, kom je in situaties, word je soms getrokken naar mensen in nood, zonder dat je dat van te voren kon bedenken. Dan zie ik daarin, vaak achteraf, Zijn leiding. In de gewone dingen, zelfs tijdens het wandelen in de omgeving.

Als ik lees ‘daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel’ dan uit zich dat bij mij door echt te zingen. Lofliederen, liederen waarbij alle eer gaat naar de Heer, die ook voor mij aan het kruis is gestorven en weer is opgestaan.

Lees hier de hele Psalm.

Dit is de zevende aflevering in deze serie Wonen in de Psalmen. We woonden al in Psalm 117, Psalm 28 , Psalm 44 , Psalm 24 en Psalm 27 en Psalm 20.

Henk woont in psalm 24

Dit jaar zijn we samen bezig met de Bijbel. In deze rubriek ‘Wonen in de Psalmen’ zal elke maand iemand op de foto gaan bij zijn of haar huisnummer, met daarbij een zin of een woord uit de psalm die bij dat nummer hoort – iets wat hen raakte nadat ze de psalm aandachtig hadden gelezen. Henk woont in Psalm 24 (klik).

Ik woon op nummer 24. Ik vraag mij af waar David zich bevond toen hij deze psalm schreef. Stond hij op een hoogte en trof hem ineens de schoonheid van zijn omgeving? Dit vers springt er voor mij uit:  ‘Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen : de koning vol majesteit wil binnengaan’.

De aarde en alles wat daarop leeft is door God geschapen. Uit de diepte van de zee heeft hij de aarde gegrondvest. Dit is een mooie dichterlijke beschrijving van de schepping. Maar het is meer.

Wij weten niet wat er onder water gebeurt maar toch komt er leven uit voort. Wij zijn als de wateren. Wie kan diep in de ziel van anderen kijken? Wie weet de meest intieme bedoelingen van anderen? Wie heeft er geen last van getijdestromingen?

Van de diepte van de oceanen naar de hoogte van de bergen. Een berg is vaak moeilijk te betreden en je kan je danig stoten. Vaak leiden er maar enkele wegen naar de top. Wie mag de berg van de Heer bestijgen?

Hierop geeft David zelf antwoord. Degene die schone handen heeft en een zuiver hart. Die zich niet inlaat met leugens, bedrieglijk zweert of zichzelf bedriegt (want het grootste verraad is zelfbedrog), maar die zich tot Hem wendt. Diegene zal zegen ontvangen.

Daarom moeten wij zijn als poorten ons hoofd opheffen en de oude gangen in ons verheffen om de koning vol majesteit binnen te laten. En dan zal de Koning vol majesteit binnengaan. Wie is de koning? De Heer, machtig en strijdvaardig. Hij is koning van ons en van de hemelse machten.

Dit is een heel mooie psalm. Wie kent al onze moeite en pijn? Maar als wij de berg van de Heer beklimmen en onze poorten en oude gangen voor de Heer openzetten zullen wij verheven worden.

Dit is de vierde aflevering in deze serie. We woonden al in Psalm 117, Psalm 28 en Psalm 44.

Psalm 24 zoals Psalmen voor Nu hem geïnterpreteerd heeft

(toegevoegd door redactie)

Evelien woont in psalm 44

Dit jaar zijn we samen bezig met de Bijbel. In deze rubriek ‘Wonen in de Psalmen’ zal elke maand iemand op de foto gaan bij zijn of haar huisnummer, met daarbij een zin of een woord uit de psalm die bij dat nummer hoort – iets wat hen raakte nadat ze de psalm aandachtig hadden gelezen. Evelien woont in Psalm 44.

Psalm 44

Psalm 44 is (vind ik) een mooie maar ook lastige psalm.  Net als het leven zelf. Voorspoed (bevrijd worden, een nieuw land krijgen (3,4)) en tegenspoed, vaak niet te begrijpen. Het lijkt wel uit de brief van Thessalonicenzen genomen. Je komt tot geloof en dan…. Alsof God hen tot een mikpunt van spot maakt (14) en zich verbergt (24).

Ik zie hierin het leven van Jezus, het leven dat wij -levend in Hem- ook kunnen proeven, en wat onze vervolgde broers en zussen daadwerkelijk ondervinden: ‘Om Uwentwil doodt men ons de hele dag door; wij worden beschouwd als schapen voor de slacht’ (23).
Het is voor ons echter niet meer een oproep aan God: ‘bevrijd ons omwille van uw liefde’ (27) maar een vreugdekreet: ‘…over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem die ons heeft liefgehad’ (Rom. 8: 36).

Daarom voeg ik graag mijn stem bij vers 9: ‘Dankzij God mogen wij alle dagen zingen, elke dag eren wij U; wij prijzen uw naam voor eeuwig.’! (Willibrordvertaling)

Dorith woont in Psalm 28

Dit jaar zijn we samen bezig met de Bijbel. In deze rubriek ‘Wonen in de Psalmen’ zal elke maand iemand op de foto gaan bij zijn of haar huisnummer, met daarbij een zin of een woord uit de psalm die bij dat nummer hoort – iets wat hen raakte nadat ze de psalm aandachtig hadden gelezen. Dorith woonde in Psalm 28.

Psalm 28

De afgelopen week woonde ik in Psalm 28. Delen van deze psalm hebben me deze week flink beziggehouden. De roep tot God om mensen te laten boeten voor hun fouten (vers 4 en 5) is niet een gebed dat ik herken. En ik vind het ook moeilijk te verenigen met de vergeving en genade die spreekt uit het evangelie van Jezus Christus.

Wat fijn dat Psalm 28 ook verzen heeft waar ik in kan wonen:

‘De HEER is mijn kracht en mijn schild, op hem vertrouwde mijn hart, ik werd geholpen en mijn hart jubelde, hem wil ik loven in mijn lied.’

Elke dag weer mag ik erop vertrouwen dat God me geeft wat ik die dag nodig heb. Wat een geruststelling dat ik op Hem mag vertrouwen, ook in het drukke huis op nummer 28 waar wij wonen.

Dorith Schumacher

Wonen in Psalm 117

Dit jaar zijn we samen bezig met de Bijbel. In deze rubriek ‘Wonen in de Psalmen’ zal elke maand iemand op de foto gaan bij zijn of haar huisnummer, met daarbij een zin of een woord uit de psalm die bij dat nummer hoort – iets wat hen raakte nadat ze de psalm aandachtig hadden gelezen.
Willem van der Deijl: Ik woon in psalm 117, de allerkortste (mijn buren wonen in de langste!). ‘Loof de HEER, alle volken’! Israël roept de goyim, de heidenvolken, op om YHWH, de VerbondsGod, te aanbidden. Gods overstelpende liefde is nooit alleen voor onszelf om te hebben, maar altijd ook voor de ander, om te delen.
Ga naar de bovenkant